Doelen Bestuursakkoord Water behaald, Vewin wil samenwerking voortzetten in Nationaal Waterakkoord

Terug 3 juni 2021

Doelen Bestuursakkoord Water behaald, Vewin wil samenwerking voortzetten in Nationaal Waterakkoord

​​In 2011 hebben Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven in het Bestuursakkoord Water (BAW) maatregelen afgesproken voor een doelmatiger waterbeheer. Daarmee werd beoogd om de kwaliteit van het beheer te verbeteren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Uit de eindrapportage van het BAW, die de minister van Infrastructuur en Waterstaat onlangs aan de Tweede Kamer stuurde, blijkt dat de doelstellingen uit 2011 ruimschoots zijn gerealiseerd. De totale gerealiseerde doelmatigheidswinst bedroeg in 2019 ruim € 1 miljard. Dit is meer dan de doelstelling van tenminste € 750 miljoen per jaar, zoals in het BAW is afgesproken. Omdat de doelstelling ruimschoots is gerealiseerd, zijn de lasten voor inwoners en bedrijven minder toegenomen dan zonder het BAW het geval zou zijn geweest.

Nieuwe urgente wateropgaven vragen om voortzetten samenwerking waterketen

Uit de rapportage blijkt dat de drinkwaterbedrijven samen met de waterketenpartners door (afspraken over) samenwerking in de waterketen niet alleen kosten hebben bespaard maar ook hun prestaties goed op peil gehouden hebben. Vewin wil het succes van het Bestuursakkoord Water graag voortzetten. De gezamenlijke opgaven op het vlak van waterkwaliteit en beschikbaarheid van zoetwater zijn de afgelopen jaren immers alleen maar groter en urgenter geworden, samenwerking in de waterketen is daarom nog belangrijker. De drinkwaterbedrijven willen de verworvenheden van het BAW daarom veiligstellen en nieuwe afspraken maken in bijvoorbeeld een Nationaal Waterakkoord. Het eerder door een aantal Tweede Kamerleden voorgestelde 'Schoon Waterakkoord' is daarvoor een goede aanzet. De drinkwaterbedrijven zijn er van overtuigd dat wateropgaven niet meer sectoraal kunnen worden opgelost en dat drinkwaterbedrijven samen met gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk moeten optrekken om de urgente problemen van waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid aan te pakken. Daarbij moet niet meer gedacht worden in deelsystemen maar gestreefd worden naar de laagste maatschappelijke kosten en doelmatige en duurzame waterketens en watersystemen. Dat is ook wat de burgers en klanten verwachten.

Rapport 'Staat van Ons Water'

Minister Van Nieuwenhuizen (IenW) stuurde ook de rapportage 'De Staat van Ons Water' naar de Tweede Kamer. Dit rapport gaat over de voortgang van het waterbeleid in 2020. De Staat van Ons Water is een gezamenlijke rapportage van de partners van het Bestuursakkoord Water (BAW): het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin. Zij stellen deze rapportage op ter verantwoording aan de Tweede Kamer. In de Staat van Ons Water komen diverse uitdagingen in het waterbeheer aan de orde. Zoals waterbeschikbaarheid het hele jaar door (beter vasthouden), het halen van de KRW-doelen in 2027 en het omgaan met de gevolgen van de  PFAS- en stikstofproblematiek. Water moet veel sterker dan tot nu toe de inrichting van Nederland gaan sturen: water als ordenend principe. Dat heeft het Rijk in 2020 als belangrijk uitgangspunt opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Hoe urgent dat is, werd meteen zichtbaar en merkbaar. Na drie zeer droge zomers daalden de grondwaterstanden in 2020 op verschillende plaatsen significant en ontstonden watertekorten. De verwachting is dat langere perioden van extreme droogte, afgewisseld met extreme neerslag, in de toekomst vaker optreden als gevolg van klimaatverandering.

Tags by dit artikel

Delen via:

Gerelateerd aan dit nieuwsbericht