‘Urgentie van waterinclusief denken bij ruimtelijke inrichting is hoog’
Terug 19 juli 2022

‘Urgentie van waterinclusief denken bij ruimtelijke inrichting is hoog’

Jelle Hannema (bestuurslid Vewin en directievoorzitter Vitens) en Dirk-Siert Schoonman (lid van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen en dijkgraaf van Waterschap Drents Overijsselse Delta) maken een jaar na het verschijnen van het gezamenlijke pleidooi ‘Water verbindt’ de balans op van deze oproep om water sturend te maken in de ruimtelijke ordening.

In het voorjaar van 2021 lanceerden de Unie van Waterschappen en Vewin een gemeenschappelijk manifest, Water verbindt. De kern van dit pleidooi is de oproep tot een watertransitie, waarbij water en bodem sturend worden in de ruimtelijke inrichting van ons land. Wat is inmiddels bereikt?

Schoonman: ‘Ons pleidooi is overgenomen in het regeerakkoord, daar zijn we heel blij mee. Het is nu wel zaak dat de beleidsvoornemens ook écht in de praktijk worden gebracht. Daar zitten twee kanten aan. Ten eerste: we moeten er aan de voorzijde voor zorgen dat water en bodem bij het bepalen van de bestemming van een gebied op de juiste manier worden meegenomen in de ruimtelijke afweging. En daarna, als de bestemming is bepaald, erop
toezien dat wat is toegestaan, ook daadwerkelijk waterrobuust gebeurt. Kortom, de haakjes zijn er, nu de invulling nog.’

Samen de schouders eronder

Hannema: ‘Ook de drinkwatersector kan uit de voeten met de formulering in het regeerakkoord. We moeten dit nu wel met z’n allen concreet en voortvarend gaan
regelen, in beleid én in de uitvoering. De waterschappen en de drinkwaterbedrijven
hebben het afgelopen jaar samen de schouders eronder gezet en er lopen al de nodige projecten en pilots. Die zullen flink opgeschaald worden, bijvoorbeeld binnen het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Wel moeten we waakzaam blijven dat de belofte van de regering overeind blijft bij urgente en grote vraagstukken.
In het recente Programma Woningbouw zagen we ‘waterinclusief denken’ nog niet voldoende terug. Op korte termijn moet ook de leveringszekerheid van drinkwater
gegarandeerd blijven met een versnelling in vergunningsprocedures voor de winning en in een dialoog over duurzaam verbruik als antwoord op de toenemende vraag- en klimaatveranderingen.’

Ruimtelijke inrichting waterrobuust uitvoeren

Schoonman: ‘We staan voor een grote verbouwing van Nederland, als gevolg van de opgaven op het gebied van woningbouw, verduurzaming van de energievoorziening, klimaatadaptatie en landbouwtransitie. Veel bestemmingen liggen al vast, maar er kan nog veel aandacht worden gegeven aan het klimaat- en waterrobuust invullen en uitvoeren van de plannen. Als je 1 miljoen woningen wilt realiseren, zal waterbewust bouwen veel hoger op de agenda moeten. Daar waar je water gaat onttrekken, moet je ook de waterbalans op orde houden. In een gebied waar nieuwe woningen komen, zul je dus ook water moeten opslaan en laten infiltreren. Dat kost veel ruimte, die je tevoren moet claimen.ʼ

Watertoets concreet maken

Hannema: ‘Er ligt een taak voor alle waterbestuurders om zelf het goede voorbeeld te geven en ook iedereen bij de les te houden. Dat is complex, zeker als je bedenkt dat er alleen al acht verschillende ministeries betrokken zijn bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Bij het concretiseren van een verplichte watertoets in de planvorming is het essentieel om de
beschikbaarheid van drinkwater aan de voorkant integraal mee te nemen, inclusief de benodigde investeringen, ruimte en broncapaciteit.’

Impact watertransitie

Schoonman: ‘Het watersysteem moet veel robuuster, gezien de economische en demografische groei én de klimaatverandering. Belangrijk is dat we met z’n allen gaan redeneren vanuit een waterbalans. Het gaat bij waterbeschikbaarheid om het saldo van aanvoer, verdamping, afvoer en onttrekking. Minder snel afvoeren van neerslag in het natte seizoen is een essentieel onderdeel van het totaalplaatje. En ook dat kost ruimte, in de vorm van buffer- en intrekgebieden.’
Hannema: ‘Een beperkende factor voor het versterken van het watersysteem is de wettelijke rem op onze investeringscapaciteit. De toegestane vermogenskostenvergoeding – zeg maar de toegestane winst – beperkt de mogelijkheden te investeren in bestaande of nieuwe infrastructuur.
Ons investeringsniveau is zo niet voldoende om aan alle opgaven te kunnen voldoen. Het ministerie bekijkt mogelijkheden in de regelgeving, maar zonder verruiming daarvan kan dat als gevolg hebben dat drinkwaterduurder moet worden, om de benodigde investeringen te kunnen financieren.’

Gezamenlijk de droogte te lijf

Schoonman: ‘De droogten van de afgelopen jaren waren een ‘wake-upcall’. Zonder de droogteproblematiek was water als sturend instrument bij ruimtelijke ordening nooit zo van de grond gekomen als nu het geval is. Daarbij is het belangrijk dat de betrokken overheden een echte langetermijnvisie ontwikkelen en niet verzanden in discussie over verantwoordelijkheid. Het gaat om de stip op de horizon.’
Hannema: ‘De afgelopen jaren is de focus van ‘snel afvoeren’ aan het verschuiven naar zuiniger omgaan met en vasthouden van water. Ik zie dat we nu samen met de waterschappen steeds meer bezig zijn met het voorkomen en bestrijden van nadelige gevolgen van droogte en watertekorten.’
Schoonman: ‘We vinden elkaar in de bestrijding van de gevolgen van droogte. Daarnaast mogen we verbeteren van de waterkwaliteit ook niet uit het oog verliezen. We moeten inzetten op bronmaatregelen om te voorkomen dat er verontreinigingen in het water terechtkomen. Ook zullen we met zuiveren moeten kijken in hoeverre we hergebruik van water verder kunnen ontwikkelen.’

Beginnen bij de bodem

Schoonman: ‘We zien de gevolgen van de klimaatverandering, in de vorm van langdurige droogte én van wateroverlast door grote neerslagpieken. Belangrijk is dat de bodem aan de voorkant wordt meegenomen in het robuuster maken van het systeem. Dat betekent onder andere ruimte reserveren voor waterbuffers en infiltratiegebieden, de biodiversiteit in de bodem verbeteren, vergroenen van het stedelijk gebied, verhogen van het grondwaterpeil in het buitengebied en het anders inrichten van de landbouw.’
Hannema: ‘Waterschappen en drinkwaterbedrijven kennen elkaar al een hele tijd en weten
elkaar goed te vinden: samen nemen we nu het voortouw bij de watertransitie. We hebben
aan de voorkant geïnvesteerd in een gezamenlijk perspectief, de onderlinge relaties en de werkwijze: nu kunnen we met z’n allen aan de slag! Een hobbel daarbij is dat door de toenemende urgentie en complexiteit bepaalde wettelijke systemen met elkaar kunnen conflicteren en de besluitvorming nu al vertraagt.
Zo kan Vitens bestaande winningsvergunningen niet optimaal benutten door Natura 2000-regels, waardoor de leveringszekerheid onder druk komt te staan. Het zou helpen als het
Rijk hier de regie zou pakken om impasses te doorbreken.’

Investeren in het watersysteem

Schoonman: ‘Andere manieren om ons watersysteem robuuster te maken, zijn zuinig omgaan met water, voorkomen van verontreinigingen en ontwikkelen van alternatieve bronnen. Op al die terreinen zijn de drinkwaterbedrijven en de waterschappen samen actief, maar we redden dat niet alleen. Veel van deze problematiek heeft ook een internationale of Europese component, dus daar hebben we echt alle stakeholders bij nodig, inclusief het Rijk.’

Dit artikel verscheen eerder in Waterspiegel 2, 2022
Tags by dit artikel
Delen via: