Betere regelgeving: overzicht hinderlijke wetgeving -Suggesties Vewin en Unie van Waterschappen-

26 november 2014

Betere regelgeving: overzicht hinderlijke wetgeving -Suggesties Vewin en Unie van Waterschappen-

Sinds 1 november is Frans Timmermans de nieuwe Eurocommissaris voor Betere regelgeving, interinstitutionele betrekkingen, rechtsstaat en Handvest van de grondrechten. In zijn nieuwe functie zal Eurocommissaris Timmermans zich o.a. gaan bezig houden met het 1) intrekken van wetsvoorstellen, 2) het verbeteren van wetsvoorstellen of 3) het  versneld aannemen van wetsvoorstellen.

Binnen de Unie van Waterschappen en de vereniging van Nederlandse drinkwaterbedrijven (Vewin) is een uitvraag gedaan naar EU wetgeving, voorstellen en/of initiatieven die eventueel als hinderlijk worden ervaren. Onderstaand vindt u de 5 punten die hierbij naar voren zijn gekomen. Per punt wordt kort toegelicht waarom het punt als hinderlijk wordt ervaren.

1. Betere afstemming tussen de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG), de richtlijn bestrijdingsmiddelen (2009/128/EG) en de nitraatrichtlijn (91/676/EEG)

Betere afstemming tussen de verschillende richtlijnen
Een van de belangrijkste punten die naar voren komt is de roep om betere afstemming tussen de verschillende richtlijnen met betrekking tot waterkwaliteit. Op dit moment hebben al deze richtlijnen hun eigen kaders en worden normen binnen de verschillende richtlijnen niet op elkaar afgestemd. Voor een betere uitvoering van beleid zouden deze normen juist wel op elkaar afgestemd moeten worden.

2. Drempels aanbestedingsrichtlijnen (2014/24/EU & 2014/25/EU)

Europese aanbestedingsdrempels zijn te laag.
De drempels in de aanbestedingsrichtlijn worden gedeeltelijk als hinderlijk ervaren vanwege het verplichtende karakter dat wanneer men boven een drempel ‘Europees’ moet aanbesteden. Dit terwijl er niet per se een Europese markt voor de vraag is, maar vooral een lokale markt. Er zou nog meer vrijheid moeten zijn voor decentrale overheden op dit punt. Verder wordt door de waterschappen als ‘hinderlijk’ ervaren dat er steeds meer doelen aan deze wetgeving worden gehangen, zoals sociale voorwaarden etc. Doelen die in de praktijk door regionale MKB bedrijven (en dat zijn in veel gevallen de leveranciers/uitvoerders) als moeilijk realiseerbaar worden gezien.

3. Right2Water Benchmarken op EU niveau

Een verplichte Europese Benchmark is ongewenst en niet uitvoerbaar
De Commissie gaat in haar reactie op het Right2Water-initiatief o.a. in op benchmarken Dit met vooral om de transparantie in de watersector te bevorderen. Echter het burgerinitiatief vraagt niet om bemoeienis van de Europese Commissie met benchmarking. Dit is recentelijk (3 november) nog nadrukkelijk van de zijde van het burgerinitiatief uiteengezet richting de Europese Commissie. Ten tweede zou het instrument benchmarking wel eens behoorlijk aan effectiviteit kunnen inboeten als de Europese Commissie er een gecentraliseerd verplicht afrekensysteem van maakt. Benchmarking is vooral nuttig als het erop gericht is van elkaar te leren: een houding van nieuwsgierig zijn naar de prestaties van collega-bedrijven en om hier van te willen leren; om de ondergrens van de prestaties van de sector als geheel op te krikken. Het is vooral ook bruikbaar als je ‘soortgelijke’ bedrijven met elkaar vergelijkt. De verschillen in Europa zijn groot zowel qua structuur, organisatie als schaal. Het is daarom onmogelijk om alle bedrijven langs één en dezelfde ‘meetlat’ te leggen en te vergelijken. Dat komt in feite neer op appels met peren vergelijken. Benchmarken is met uitstek iets wat op lokaal dan wel nationaal niveau en op vrijwillige basis georganiseerd dient te worden. Als de Europese Commissie dan toch iets in deze richting wil dan zou het vooral een faciliterende rol moeten spelen door bijv. te
wijzen op of bestaande initiatieven (European Benchmarking Cooperation) ondersteunen.

4. BTW (2006/112/EG) bij samenwerken

De BTW richtlijn staat doelmatige samenwerking in de waterketen in de weg.
In 2011 is het Bestuursakkoord water getekend tussen waterschappen, provincies de gemeentenen en de drinkwaterbedrijven. Het akkoord streeft een doelmatigheidswinst binnen de waterketen na van €750 miljoen in 2020. Echter de beoogde samenwerking leidt vaak tot de verplichting tot het betalen van omzetbelasting (BTW). De BTW is voor de deelnemende waterschappen niet compensabel of verrekenbaar. Ook de beschikbare juridische oplossingen zoals kosten voor gemene rekening of de koepelvrijstelling bieden geen toerijkende oplossing. En in de gevallen dat deze wel een oplossing zouden kunnen vormen leidt dit vaak tot een zeer tijdrovend proces en grote administratieve lasten. Door het BTW percentage van 21% ketsen veel doelmatige samenwerkingsverbanden af. Een van de argumenten die aangevoerd wordt is dat de samenwerking BTW-plichtig is omdat het anders tot concurrentieverstoring leidt. Dit is echter in onze optiek niet het geval. Het gaat in bovengenoemde situaties om samenwerking bij de uitvoering van wettelijke taken in het waterbeheer. Deze activiteiten vinden nu plaats in eigen beheer. Het kabinet geeft echter aan geen speelruimte te hebben en hierbij gebonden te zijn aan de huidige BTW richtlijn.

5. Consumentenrechten richtlijn (2011/83/EU)

De Consumentenrechten richtlijn eist van de drinkwaterbedrijven dat wanneer zij een contract afsluiten met een klant ze hierbij moeten melden dat de klant een bedenktermijn heeft. Binnen 14 dagen kan de klant, zonder opgaaf van redenen, het contract weer beëindigen (artikel 9.1). Tenzij expliciet vermeld in het contract hoeft de klant het in deze periode gebruikte water niet te vergoeden. Deze bedenktermijn is vreemd gezien de manier waarop de drinkwatersector in Nederland is georganiseerd. Het is niet realistisch dat de klant gebruik zal maken van het herroepingsrecht omdat dit in feite leidt tot afsluiting van de drinkwatervoorziening bij de klant. Bij uitstek een regel die mensen kunnen duiden als
overregulering uit Brussel.

Download standpunt

Tags by dit artikel

Delen via:

Gerelateerd aan dit standpunt