CD Toezicht en Handhaving
Terug 1 maart 2022

CD Toezicht en Handhaving

​Stelsel van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) moet beter

Een adviescommissie onder leiding van Jozias van Aartsen bracht in maart 2021 het rapport ‘Om de leefomgeving’ uit. Aanleiding waren milieu-incidenten bij onder meer Tata Steel, Chemeloten Chemours. De conclusie was dat het slecht gesteld is met het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het ontbreekt de omgevingsdiensten aan kennis, capaciteit en doorzettingsmacht. Het Rijk voert geen overkoepelende regie. In het coalitieakkoord is de ambitie verwoord dat: ”We zorgen voor een schone en gezonde leefomgeving door het steviger aanpakken van milieucriminaliteit en milieurisico’s”, waarbij het rapport van de commissie-Van Aartsen zal worden betrokken. De conclusies over het VTH stelsel zijn niet nieuw: Ook de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) had in maart 2020 in het advies ‘Greep op gevaarlijke stoffen’ geconcludeerd dat kennis en capaciteit bij overheden moet worden vergroot, en dat verbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving nodig is om de verspreiding van gevaarlijke stoffen beter te kunnen controleren en tegen te gaan.
De conclusies van de Commissie van Aartsen zijn herkenbaar. Vewin pleit daarom voor:

  • Heldere afspraken tussen bevoegde gezagen over de rolverdeling bij (in)directe lozingen van Zeer Zorgwekkende Stoffen en PFAS;
  • Extracapaciteit en kennisontwikkeling bij omgevingsdiensten inclusief adequate financiering, waar het Rijk als systeemverantwoordelijke voor moet zorgen;
  • Meer transparantie over wat er geloosd wordt in het oppervlaktewater/grondwater.

Delta-aanpak waterkwaliteit stagneert

Voor lozingen is in het kader van de Delta-aanpak Waterkwaliteit in 2020 vastgesteld dat er onvoldoende koppeling is tussen waterkwaliteitsdoelen en de opgave van de organisaties die zijn belast met vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van lozingen. Beleid en uitvoering sluiten niet goed aan, en de taken zijn versnipperd. Vewin ziet dit terug in de uitvoering van de bestuurlijke afspraken van de Delta-aanpak waterkwaliteit over het herzien van alle vergunningen voor ZZS stoffen. De herziening van alle vergunningen stagneert omdat capaciteit en kennis bij omgevingsdiensten grote knelpunten zijn. Dit knelpunt was ook de conclusie van de Kamerbrief ‘versterking VTH-stelsel’ van 13 december 2021. Voor de inventarisatie van de (indirecte) lozingen van PFAS vreest Vewin daarom ook voor vertraging.

  • Zorg voor adequate uitvoering van de afspraken uit de Delta Aanpak waterkwaliteit rond het herzien van alle vergunningen van lozingen van ZZS stoffen;
  • Zorg voor de uitvoering van de moties van Hagen, Bouchallikhten Beckerman om alle directe én indirecte lozingen van PFAS op oppervlaktewater te identificeren en te minimaliseren, en met gemeenten vóór de zomer van 2022 alle PFAS hotspots in kaart te brengen en te komen met bijbehorende beheersmaatregelen inclusief een tijdspad van aanpak;
  • Neem de regulering van lozingen van PFAS en ZZS Stoffen op in het basistakenpakket VTH.

Toezicht en handhaving bij boringen voor bodemenergiesystemen

Alhoewel bodemenergiesystemen bijdragen aan de levering van ‘schone’ energie, kunnen deze ook risico’s opleveren voor de grondwaterkwaliteit door doorboring van beschermende lagen in de ondergrond en door verspreiding van aanwezige bodemverontreinigingen. Uit het ILT rapport ‘Risico’s bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen’ uit 2021, blijkt dat de uitvoering van en onvoldoende toezicht op aanleg van bodemenergiesystemen in de praktijk leidt tot risico’s voor de
drinkwatervoorziening. Iets wat in 2018 ook al was vastgesteld.
Omgevingsdiensten en gemeenten dienen volgens de ILT het toezicht op de aanleg van bodemenergiesystemen te versterken en voor deze taak voldoende middelen te krijgen. In het ILT rapport staan goede aanbevelingen voor kennisverbetering rond de risico’s, betere regulering, verbetering van toezicht en handhaving en de informatievoorziening die geïmplementeerd dienen te worden.

  • Neem als Rijk (systeemverantwoordelijke) de regie om de aanbevelingen van ILT in de uitwerking en uitvoering te borgen;
  • Versterk het toezicht op de aanleg van bodemenergiesystemen door omgevingsdiensten en gemeenten door voldoende budget ter beschikking te stellen voor deze taak;
  • Verplicht boorbedrijven om de locatie en tijd van uitvoering van boringen voor bodemenergiesystemen voor alle toezichthouders (zowel privaat als publiek) inzichtelijk te maken om toezichtmogelijkheden te verbeteren;
  • Versterk het toezicht met name ook op de naleving van regelgeving voor boringen en de verplichting voor boorbedrijven om zich goed te informeren over aanwezige bodemverontreinigingen.

Download standpunt

Tags by dit artikel
Delen via: