Herziening Richtlijn industriële emissies (RIE)
Terug 19 mei 2022

Herziening Richtlijn industriële emissies (RIE)

Op 5 april 2022 presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor de modernisering van de Richtlijn industriële emissies (RIE) en de Europese registratie van deze emissies. De Richtlijn bepaalt de regels die gesteld worden aan emissies naar water, bodem en lucht voor grote industriële installaties. De herziening past in de Europese Zero Pollution Ambitie en de doelstellingen uit de Green Deal. Vewin ziet de RIE als een mooie stap richting een gewenste betere integratie van de verschillende Europese doelen en regels zoals de Kaderrichtlijn Water, REACH, de Richtlijn stedelijk afvalwater en de Richtlijn industriële emissies. De aan deze revisie gekoppelde wijziging van het European Pollutant Release and Transfer Register (E-PRTR) tot een Industrial Emissions Portal (IEP) is eveneens een stap vooruit.

Het revisievoorstel van de Europese Commissie beoogt:
  • Aanscherping van grenswaarden voor lozingen en bredere toepassing van Best Beschikbare Technieken (BBT/BAT) voor de zuivering van vervuilende industriële emissies, wat moet leiden tot een reductie van zowel directe lozingen op oppervlaktewater als indirecte lozingen via stedelijke afvalwatersystemen;
  • Striktere, en transparante vergunningverlening;
  • Een betere integratie met REACH en de classificatie van Substances of Very High Concern (SVHC);
  • Betere onderbouwing en beperking van eventuele derogaties op de Richtlijn;
  • Een transparant systeem voor registratie van lozingen en vergunningen door integratie IED en EPRTR.
Vewin pleit al jaren voor strengere Europese normen voor lozingen en een transparante registratie hiervan en ziet het voorliggende voorstel als een verbetering. Tegelijkertijd bepleit Vewin op enkele punten aanscherping:

Breder toepassingsbereik nodig

Nadeel van de RIE is dat de richtlijn alleen geldt voor grotere installaties, en dus slechts voor circa 20% van de lozingen. Vewin pleit voor een bredere scope, door alle lozingen van SvHC stoffen (en zeker ook PFAS), vergunningsplichtig te maken.

  • Verbreed het toepassingsbereik van de RIE tot álle lozingen van SvHC stoffen, en in ieder geval PFAS.

Toetsen aan innamepunten voor drinkwaterproductie

Daarnaast zou op Europees niveau getoetst moeten worden aan de effecten van lozingen op de waterkwaliteit bij innamepunten voor drinkwater. Dit kan bijvoorbeeld zoals dit gebeurt in de Nederlandse Algemene beoordelingsmethodiek (ABM) en immissietoets, waar deze toetsing én een informatieplicht richting drinkwaterbedrijven, is ingebouwd. Dit geldt ook voor lozingen die indirect via riool- en afvalwaterzuiveringsinstallaties op het oppervlaktewater komen. Extra zuivering is dan noodzakelijk wanneer drinkwaterbronnen in gevaar zijn.

  • Voeg in de RIE een toets toe om effecten van lozingen op innamepunten van drinkwater conform ABM en Immissietoets te beoordelen;
  • Betrek de drinkwaterbedrijven stroomafwaarts in het vergunningsverleningsproces;
  • Betrek bij indirecte lozingen op stedelijke of industriële afvalwaterinstallaties de beheerders van afvalwaterinstallaties bij het vergunningverleningsproces.

Betere registratie vergunningen en lozingen

De Europese Commissie introduceert in haar voorstellen een nieuw Industrial Emissions Portal (IEP) voor een beter inzicht in de vergunningen en gegevens van emissies. Het bestaande register (European Pollutant Release and Transfer Register, E-PRTR) blijkt onvoldoende coherent en transparant. In het Portal zullen zowel de vergunningen als de lozingen worden geregistreerd.

Ter ondersteuning van deze ambitie pleit Vewin voor adequaat toezicht op dit Portal door een onafhankelijk instituut als het Europees Milieuagentschap (EEA), via een jaarlijks monitoring en rapportage over de volledigheid en de kwaliteit van dit Portal.

  • Organiseer jaarlijkse monitoring en rapportage over volledigheid en kwaliteit van het Portal voor industriële emissies door een onafhankelijk instituut zoals bijvoorbeeld het Europees Milieuagentschap.
In het voorstel van de Europese Commissie is opgenomen dat SvHC stoffen verplicht geregistreerd
moeten worden boven een bepaalde grenswaarde in Annex II van de herziening van de E-PRTR.

Gezien het Europese streven naar uitfasering van deze SvHC stoffen pleit Vewin voor een verplichting dat deze registratieplicht voor álle SvHC lozingen geldt, ongeacht de omvang. Ook dienen de lozingen van niet-SvHC stoffen, die de vergunningverlener als relevant beschouwt, verplicht geregistreerd te worden. Dit geldt ook voor lozingen van koelwater (inclusief additieven). Vewin juicht toe dat de Commissie Annex II, welke bepaalt op welke stoffen de E-PRTR van toepassing is, kan worden geamendeerd om tegemoet te komen aan snelle ontwikkelingen in andere wetten of voortschrijdend wetenschappelijk inzicht.

  • Verplicht registratie van lozingen van álle SvHC stoffen, ongeacht hun hoeveelheid, inclusief de stoffen die door het bevoegd gezag /vergunningverlener als relevant benoemd zijn en genormeerd;
  • Verplichte registratie van lozingen van koelwater (inclusief additieven).

Betere uitvoering en controle

Belangrijk aandachtspunt is de uitvoering. Het is volgens Vewin cruciaal dat er voldoende capaciteit en inzet komt bij het bevoegd gezag. Dit om toe te zien op de implementatie en de richtlijn en goed te kunnen handhaven. In Nederland zijn dat veelal omgevingsdiensten. Ook dient in de regelgeving geborgd te worden dat naleving verplicht is en er sancties kunnen volgen bij niet-naleving.

  • Borg voldoende kennis en capaciteit voor de uitvoering van de RIE;
  • Borg dat naleving en/of sancties afdwingbaar zijn bij niet naleving van de RIE.

Download standpunt

Tags by dit artikel
Delen via:
Gerelateerd aan dit standpunt