Initiatiefwetsvoorstel Wet open overheid

2 september 2014

Initiatiefwetsvoorstel Wet open overheid

​Het initiatiefwetsvoorstel Wet open overheid (Woo) beoogt overheden transparanter te maken om het belang van publieke informatie beter te dienen. Vewin onderschrijft dit belang. Ook voor de drinkwaterbedrijven - publieke nv’s - kent de Drinkwaterwet bepalingen over verantwoording, transparantie en openbaarheid over het functioneren. Echter, openbaarheid van informatie door de overheid kent ook zijn grenzen.


Vitale infrastructuur

De drinkwatervoorziening is een belangrijk onderdeel van de vitale infrastructuur. Drinkwater is immers een eerste levensbehoefte, van groot belang voor de volksgezondheid en randvoorwaardelijk voor het functioneren van de samenleving. Als vitale sector wordt in het kader van nationale veiligheid veel informatie uitgewisseld met het Rijk, met het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) in het bijzonder. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om onderzoeken over onderlinge afhankelijkheden tussen vitale sectoren maar ook om structurele informatie-uitwisseling met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) van het Ministerie van VenJ over cybersecurity. Deze publiek-private samenwerking is, met het oog op de toenemende cyberdreiging, van groot belang en moet worden gecontinueerd.


Kwetsbare informatie

Hierbij is het cruciaal dat verstrekte gegevens niet door derden opvraagbaar zijn. Het gaat immers om gevoelige informatie rondom bv. de vitale processen van bedrijven, de technische inrichting en beveiliging daarvan en de te nemen beveiligingsmaatregelen. Deze informatie kan bij openbaarmaking voor verkeerde doeleinden gebruikt worden en de betreffende bedrijven kwetsbaar maken voor gerichte aanvallen. Informatie-uitwisseling in het kader van nationale veiligheid wordt hiermee een bedreiging voor vitale sectoren in plaats van een stap voorwaarts naar grotere weerbaarheid. Drinkwaterbedrijven moeten dan ook in alle vertrouwelijkheid hun gegevens bij de overheid kunnen aanleveren. Dit geldt temeer zodra de aankomende meldplicht security breaches (ICT-inbreuken) van kracht gaat. Dan worden drinkwaterbedrijven, en een aantal andere vitale sectoren, wettelijk verplicht om ICT-inbreuken bij het NCSC te melden alsmede informatie over de inrichting van hun ICT-systemen en netwerken.

Voorliggend initiatiefvoorstel versoepelt de geheimhouding van bedrijfs- en fabricagegegevens die door derden vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. Waar in de huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) sprake is van een absolute uitzonderingsgrond voor bedrijfs- en fabricagegegevens, wordt in het initiatiefwetvoorstel Woo gesproken over een relatieve uitzonderingsgrond. Dit betekent dat bedrijven minder zekerheid hebben dat hun belang bij geheimhouding niet het onderspit delft tegenover het belang van openbaarheid. Vewin pleit ervoor om in het belang van de nationale veiligheid en de continuering van de publiek-private samenwerking, de uitzonderingsgrond bedrijfs- en fabricagegegevens absoluut te houden.
Behoud in het belang van de nationale veiligheid en publiek-private samenwerking het absolute karakter van de uitzonderingsgrond ‘Bedrijfs- en fabricagegegevens’ voor vitale sectoren.

Voor een nog betere bescherming van kwetsbare informatie die met de overheid (wettelijk verplicht) gedeeld wordt, pleit Vewin voor een uitbreiding van de absolute uitzonderingsgrond ‘veiligheid van de Staat’ met die van ‘veiligheid van de vitale infrastructuur’. Door die twee belangen te koppelen is duidelijk dat het om een belang van nationale veiligheid gaat. Eventueel kan bij AMvB nader worden geëxpliciteerd wat exact onder vitale infrastructuur wordt verstaan en welke informatie dergelijke bescherming verdient.
Verruim de absolute uitzonderingsgrond ‘veiligheid van de Staat’ met ‘veiligheid van de vitale infrastructuur’ zodat kwetsbare informatie en daarmee de veiligheidsbelangen van vitale sectoren goed beschermd zijn.

Download standpunt

Tags by dit artikel

Delen via:

Gerelateerd aan dit standpunt