WGO Water 22 november 2021
Terug 29 oktober 2021

WGO Water 22 november 2021

​Water in de kabinetsperiode 2021-2025

De drinkwatersector staat mede door klimaatverandering voor grote uitdagingen als het gaat om zoetwaterbeschikbaarheid, waterkwaliteit en financiering van de investeringsopgaven. Het watersysteem loopt tegen zijn grenzen aan door droogte, verzilting en een toenemende watervraag door een groeiende economie en bevolking. De kwaliteit van de drinkwaterbronnen verslechtert bovendien door vervuiling vanuit de landbouw, industrie en huishoudens. Het bereiken van de afgesproken doelen in de Europese Kaderrichtlijn Water in 2027 is ernstig in gevaar. Toekomstige generaties dreigen te worden opgezadeld met een minder zekere levering van betrouwbaar drinkwater.

Vewin en de Unie van Waterschappen pleiten voor een brede watertransitie, gericht op een klimaatrobuust systeem dat de toekomstige waterbeschikbaarheid én waterkwaliteit verzekert. Water is een verbindende factor tussen de grote opgaven op het vlak van klimaat, energie, natuur, ruimtelijke ordening en woningbouw. De watertransitie vraagt om politieke urgentie, samenwerking en brede maatschappelijke consensus. De uitdagingen worden alleen maar groter en samenwerking over bestuurlijke en internationale grenzen en periodes alleen maar belangrijker. Vewin roept het nieuwe kabinet daarom op in te zetten op een Nationaal Waterakkoord waarbij alle partijen aan tafel zitten, dus ook de drinkwaterbedrijven.
Zet in op een Nationaal Waterakkoord gericht op de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater

Kaderrichtlijn Water en Nationaal Water Programma

Een stevige inzet is nodig om de waterkwaliteit van drinkwaterbronnen te verbeteren. Uit verschillende onderzoeken, waaronder het rapport 'Staat drinkwaterbronnen' van RIVM (2020), blijkt dat de kwaliteit van de bronnen voor drinkwaterproductie onder toenemende druk staat en dat deze de afgelopen jaren niet significant is verbeterd.

Het Nationaal Water Programma (NWP) en de maatregelen in de bijbehorende Stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) voor de periode 2022-2027 moeten in samenhang met o.a. de maatregelen uit het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (7e NAP) ervoor zorgen dat de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) tijdig worden gehaald. Dit betreft ook grond- en oppervlaktewater bestemd voor drinkwater.

Het Ministerie van IenW heeft een ex ante analyse waterkwaliteit laten uitvoeren om zicht te krijgen op de huidige toestand van de waterkwaliteit in Nederland en het verwachte doelbereik in 2027 voor de doelen van de KRW. Uit deze ex ante analyse blijkt dat de KRW-doelen met de huidige maatregelen in de SGBP's en het 7e NAP naar verwachting niet gehaald worden. Over vrijwel de hele linie is hiervoor extra inspanning nodig. Dit blijkt ook uit de planMER van het NWP en het 7e NAP. Specifiek voor drinkwaterbronnen stelt de ex ante analyse dat er een flinke opgave ligt om de drinkwaterbronnen schoner te krijgen, die voor een deel in andere beleidsdomeinen dan drinkwater moet worden opgepakt.

Voor het tijdig halen van de KRW-doelen is in de plannen aangegeven dat het voldoende is alle benodigde maatregelen uiterlijk in 2027 te nemen. De doelen mogen dan op een later moment worden gehaald. Vewin is van mening dat het zaak is om meer ambitie te tonen, en dat het uitgangspunt moet zijn om alles op alles te zetten om de KRW doelen wel uiterlijk in 2027 te halen, conform de hoofddoelstelling van de KRW.

  • Maak op korte termijn inzichtelijk welk maatregelenpakket nodig is om uiterlijk in 2027 de KRW doelen voor de bronnen voor drinkwaterproductie te halen. De principes van bronaanpak en 'de vervuiler betaalt' moeten hierbij centraal staan. Neem dit maatregelenpakket alsnog op in de SGBP's en het 7e NAP. Leg hierbij een relatie met de uitvoeringsprogramma's van de gebiedsdossiers en met de implementatie- en uitvoeringsagenda van de Beleidsnota Drinkwater, zodat een samenhangend totaalpakket ontstaat.
  • Voer als Rijk regie op de voortgang van de uitvoering van dit samenhangende maatregelenpakket gericht op tijdige doelrealisatie bij de bronnen voor drinkwaterproductie.
  • Zoek waar mogelijk de samenwerking of synergie (middelen) met relevante beleidstrajecten voor drinkwaterproductie buiten het waterdomein, zoals de stikstofaanpak, om de KRW-doelen tijdig te kunnen halen.

PFAS

De EFSA heeft berekend dat mensen via voedsel, verpakkingsmaterialen, lucht en drinkwater te veel PFAS binnenkrijgen. PFAS horen niet in het milieu, want ze kunnen daaruit heel moeilijk verwijderd worden. Dit geldt ook voor drinkwater. Bronaanpak is de enig juiste manier om te voorkomen dat een persistente stofgroep als PFAS in het milieu en in de bronnen voor drinkwater terecht komt.

De Tweede Kamer heeft met een motie de regering verzocht om binnen Europa te werken aan een zo spoedig mogelijk volledig verbod van PFAS, dus verdergaand dan een verbod op niet-essentiële toepassingen. Daarnaast heeft de Tweede Kamer via moties gevraagd om uiterlijk zomer 2022 op nationaal niveau alle bestaande hotspots te inventariseren en daar maatregelen voor te  benoemen én lozingsvergunningen met PFAS voortvarend te herzien.

Het is onduidelijk hoe, waar het gaat om PFAS, de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn en de EFSA opinie zich tot elkaar verhouden. Wat Vewin betreft ligt voor de hand dat de doorwerking van de EFSA-opinie in normen eerst op Europees niveau wordt beschouwd, en dat er voor bronnen voor drinkwater (grond en oppervlaktewater) strenge normen komen.

  • Bepaal mogelijke doorwerking van de EFSA opinie eerst op Europees niveau en laat niet elke lidstaat (dus ook niet in Nederland) afzonderlijk conclusies trekken.
  • Op welke wijze gaat de regering invulling geven aan de aangenomen moties wat betreft PFAS?

Structurele oplossing nodig voor investeringen drinkwaterbedrijven

De drinkwatersector moet in de komende jaren fors meer - tot 60% - investeren om de kwaliteit en beschikbaarheid van het drinkwater te kunnen blijven garanderen. Om dit te kunnen financieren, moeten de drinkwaterbedrijven meer inkomsten genereren, mede vanwege de huidige scherpere eisen van financiers op de (inter)nationale kapitaalmarkt. De minister van IenW heeft - mede op verzoek van de Tweede Kamer - de regelgeving aangepast zodat deze beter aansluit bij de financiële praktijk van de drinkwaterbedrijven en heeft aangegeven de WACC voor de komende drie jaar (2022-2024) te verhogen van 2,75 naar 2,95%. Dat is een verbetering voor de komende jaren. Voor de langere termijn is echter een structurele oplossing nodig, de uitdagingen van de drinkwaterbedrijven zijn ook na 2024 groot. De minister formuleert op dit moment onderzoeksvragen t.b.v. structurele oplossingen voor de financieringsproblematiek van de drinkwatersector.
Herijk de regelgeving van de WACC in de Drinkwaterwet in het licht van huidige en toekomstige uitdagingen 

Download standpunt

Tags by dit artikel
Delen via:
Gerelateerd aan dit standpunt